Oktober 2025 | Bellaw.be
Header SC 2 0

In de regel zal voor het opnemen van een landingsbaan een leeftijd van 60 jaar worden vereist met een loopbaan voor mannen van 31 jaar, toenemend tot 35 jaar in 2030. Voor vrouwen wordt voortaan een loopbaan van 26 jaar vereist, toenemend tot 30 jaar in 2030. In een aantal bijzondere gevallen zal een landingsbaan ten vroegste kunnen worden opgenomen vanaf 55 jaar. Voortaan gaat het recht op een landingsbaan samen met een recht op onderbrekingsuitkeringen.

1. Situering

Een landingsbaan laat oudere werknemers toe hun arbeidsprestaties zonder maximumduur te verminderen - halftijds of met één vijfde - om het werk geleidelijk af te bouwen. Oudere werknemers die een landingsbaan opnemen, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op een onderbrekingsuitkering. Die onderbrekingsuitkering wordt betaald door de RVA.

In uitvoering van het federale regeerakkoord 2025-2029 wordt de regeling van de landingsbanen vanaf 1 januari 2026 gewijzigd.

De regels over de landingsbanen zijn verspreid over verschillende juridische instrumenten.

Daarbij is er een onderscheid tussen enerzijds de akte die het recht voor de werknemer bij de werkgever een landingsbaan op te nemen, bepaalt. Dat is de cao nr. 103[1]. Anderzijds is er de akte die regelt onder welke voorwaarden de werknemer die een landingsbaan heeft opgenomen bij zijn werkgever, aanspraak kan maken op een onderbrekingsuitkering. Dat is een koninklijk besluit van 12 december 2001[2], hierna aangeduid als KB onderbrekingsuitkeringen.

Zowel de cao nr. 103, als het KB onderbrekingsuitkeringen werd recent aangepast. De cao nr. 103 werd gewijzigd door de cao nr. 103/7. Het KB onderbrekingsuitkeringen is gewijzigd door een koninklijk besluit van 5 september 2025[3].

De nieuwe regeling verlengt het beroepsverleden dat vereist is en stemt de cao nr. 103 en het KB onderbrekingsuitkeringen beter op elkaar af.

Belangrijk is ten slotte ook dat de voorwaarde m.b.t. de spreiding van de arbeidsprestaties voor de werknemers die een 1/5de-loopbaanvermindering willen opnemen, wordt aangepast.

2. Wijziging van de leeftijdsvoorwaarden en van de voorwaarden m.b.t. de beroepsloopbaan van de werknemer

2.1. Huidige regeling

Algemene regel

Vandaag is de toegang tot het stelsel van tijdskrediet 'eindeloopbaan' op grond van de cao nr. 103 in principe voorbehouden voor de oudere werknemers die minstens 55 jaar zijn en die een beroepsloopbaan van minstens 25 jaar rechtvaardigen.

Op vandaag kan een werknemer die een halftijdse of 1/5de-landingsbaan uitoefent op grond van cao nr. 103, pas een onderbrekingsuitkering ontvangen vanaf de leeftijd van 60 jaar en mits hij een beroepsloopbaan van 25 jaar als loontrekkende kan rechtvaardigen.

Er is dus een belangrijk verschil tussen de leeftijdsvoorwaarde van de cao nr. 103 en die van het KB onderbrekingsuitkeringen.

Uitzonderingen: lagere leeftijdsgrens

In een aantal “bijzondere gevallen” verleent de cao nr. 103 het recht op een landingsbaan al vanaf de leeftijd van 50 jaar. Het KB onderbrekingsuitkeringen opent het recht op de onderbrekingsuitkeringen in de uitzonderingsgevallen pas vanaf de leeftijd van 55 jaar.

Overeenkomstig het KB onderbrekingsuitkeringen gelden de betrokken uitzonderingen voor:

  • de werknemers tewerkgesteld in een onderneming die erkend is als onderneming in herstructurering of als onderneming in moeilijkheden,
  • de werknemers die een zwaar beroep uitoefenen,
  • de werknemers die minstens 20 jaar in een arbeidsregeling met nachtprestaties gewerkt hebben,
  • de werknemers uit de bouwsector die ongeschikt zijn om hun beroepsactiviteit verder te zetten,
  • de doelgroepwerknemers van het paritair comité nr. 327 voor de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven,
  • de werknemers die minstens 35 jaar beroepsverleden als loontrekkende hebben.

De “uitzonderingsgevallen” bepaald in de cao nr. 103 zijn gelijkaardig, maar niet helemaal gelijk.

Er moet in de "bijzondere gevallen” een beroepsverleden van 25 jaar bewezen worden (of van 28 of van 35 jaar in bepaalde gevallen).

2.2. Regeling vanaf 1 januari 2026

Algemene regeling

De algemene leeftijdsvoorwaarde om op grond van cao nr. 103 recht te hebben op een landingsbaan wordt verhoogd van 55 jaar naar 60 jaar. Bovendien wordt de loopbaanvoorwaarde vanaf 1 januari 2026 verhoogd naar 31 jaar voor mannelijke werknemers en naar 26 jaar voor vrouwelijke werknemers. De vereiste loopbaan verhoogt progressief volgens een tijdspad tot 35 jaar voor mannelijke werknemers en tot 30 jaar voor vrouwelijke werknemers. Dat ziet er zo uit:


Op het vlak van de onderbrekingsuitkeringen blijft vanaf 1 januari 2026 als algemene regel voor het bekomen van deze uitkeringen de minimumleeftijd van 60 jaar gelden. De vereiste beroepsloopbaan wordt evenwel verhoogd naar minstens 31 jaar voor mannelijke werknemers en minstens 26 jaar voor vrouwelijke werknemers. De vereiste beroepsloopbaan zal vervolgens gradueel worden verhoogd volgens hetzelfde tijdspad als dat hierboven weergegeven.

Uitzonderingen: lagere leeftijdsgrens

De leeftijd om in de "bijzondere gevallen” (zie hierboven) aanspraak te kunnen maken op een landingsbaan wordt door de cao nr. 103/7 verhoogd van 50 jaar naar 55 jaar. De “bijzondere gevallen” worden in overeenstemming gebracht met die van het KB onderbrekingsuitkeringen. Er blijft een beroepsverleden van 25 (of 35) jaar vereist.

In het KB onderbrekingsuitkeringen wordt de mogelijkheid om in de “bijzondere gevallen” al vanaf 55 jaar een onderbrekingsuitkering te ontvangen, behouden. Er zijn wel wijzigingen op het vlak van de berekening van de vereiste loopbaanjaren als loontrekkende. Daarop wordt hier niet ingegaan.

2.3. Oud en nieuw in tabelvorm


2.4. Cao vereist voor de toepassing van de lagere leeftijdsgrens van 55 jaar

Om vanaf de lagere leeftijdsgrens in de “bijzondere gevallen” die hierboven zijn vermeld recht te hebben op onderbrekingsuitkeringen, moet in de Nationale Arbeidsraad een omkaderende cao zijn gesloten.

Bovendien is voor de toepassing van de lagere leeftijdsgrens vereist dat het voor de werknemer bevoegde paritair (sub)comité een sectorale cao heeft gesloten, die stelt dat zij is afgesloten in toepassing van de omkaderende NAR-cao.

Voor de werknemers die tewerkgesteld zijn in een bedrijfstak die niet onder een opgericht paritair comité valt of wanneer het opgericht paritair comité niet werkt, kunnen de betrokken werkgevers toetreden tot de omkaderende NAR-cao. De toetreding vervangt als het ware de noodzakelijke sectorale cao.

In het geval van een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering, is vereist dat de aldus erkende onderneming een cao heeft gesloten, waarin uitdrukkelijk is gesteld dat toepassing wordt gemaakt van de NAR-cao.

Dat blijft zo na 31 december 2025.

In de NAR werden voor de periode van 1 januari 2026 tot 30 juni 2029 de noodzakelijke omkaderende cao’s nr. 179, 180, 181 en 182 gesloten. Daardoor kan de lagere leeftijdsgrens van 55 jaar toegepast worden tot 30 juni 2029.

Voor de voorafgaande periode werden gelijkaardige interprofessionele cao’s gesloten.

3. 1/5de-tijdskrediet ook voor werknemers met atypische arbeidsregeling

Op heden kunnen enkel voltijdse werknemers met een vijfdaags werkrooster een 1/5de-loopbaanvermindering nemen.

Vanaf 1 januari 2026 wordt dit versoepeld.

Op basis van de cao nr. 103/7 kunnen ook werknemers met een voltijds, maar anders gespreid werkrooster (bijv. vier dagen per week) gebruikmaken van de regeling van de 1/5de-loopbaanvermindering, mits dit is vastgelegd in een sectorale cao, een ondernemings-cao of een schriftelijke overeenkomst.

Charlotte Knockaert en Ann Taghon.