Ho ho hoooo … no!
Om het in de eindejaarssfeer te brengen, geven we het voorbeeld van een pakjesdienst. Om haar niet elk jaar te “verrassen” met een cadeaubon, bestelt u op 23 december 2024 nog snel een boek voor grootmoe dat u haar op een belangrijk midwinterfeest dat plaatsvindt op 25 december 2024, wenst te overhandigen. Maar helaas kon een werknemer-koerier van kerstbal.com blijkbaar niet wachten om thuis al wat flessen champagne te openen. De koerier komt op 24 december 2024 geïntoxiceerd op het werk aan, wordt naar huis gestuurd waardoor de planning in de soep loopt, … met als gevolg dat u het pakje niet tijdig ontvangt en u het dus niet kan geven aan grootmoe op 25 december 2024. U lijdt daardoor schade, want grootmoe komt slechts één keer per jaar van Spanje naar België. Omdat u haar het boek zo graag wenste te overhandigen op 25 december 2024, betaalde u aan kerstbal.com nochtans een fikse vergoeding voor ‘express delivery’ en gegarandeerde levering op 24 december 2024.
Het is evident dat u in het voorbeeld uw eigen medecontractant, kerstbal.com, kan aanspreken. Maar genoegdoening bekomen van de werknemer-koerier die in het voorbeeld een hulppersoon is van uw medecontractant en die ten aanzien van u een buitencontractuele fout beging die bij u schade veroorzaakte, wordt verhinderd door de “quasi-immuniteit van de hulppersoon”. Op 24 december 2024, ogenblik van het schadeverwekkend feit, is die jurisprudentiële leer immers nog van toepassing: de medecontractant van de werkgever kan een werknemer-hulppersoon niet rechtstreeks aanspreken.
Ho ho hoooo … yes?
In hetzelfde voorbeeld, is het inmiddels Nieuwjaar en behoort het tot de goede voornemens van de werknemer-koerier om de opgelopen achterstand in te halen. U bent op uw beurt inmiddels met kerstbal.com overeengekomen dat het pakje ten laatste op 5 januari 2025 zal worden geleverd zodat u het op Epifanie kan schenken aan één van uw drie neven. Maar helaas is de werknemer-koerier té ijverig en maakt hij voor de eerste week van het nieuwe jaar een volkomen onrealistisch rittenschema op dat is gedoemd om te mislukken. Eens de werknemer-koerier op 5 januari 2025 beseft dat hij onmogelijk zijn rittenschema kan afwerken, wordt hij zenuwachtig. In die zenuwachtige toestand, claxonneert hij drie keer naar een vrachtwagenchauffeur die niet snel genoeg merkt dat het licht al op groen is gesprongen. Omstaanders zien hoe de vrachtwagenchauffeur uitstapt en er een lange discussie ontstaat tussen de twee chauffeurs. U raadt het al… : door een fout van de werknemer-koerier raakt uw pakje alweer niet tijdig op zijn bestemming.
Het is opnieuw evident dat u in het voorbeeld uw eigen medecontractant, kerstbal.com, kan aanspreken. Maar rechtstreeks genoegdoening bekomen van de werknemer-koerier die in het voorbeeld een hulppersoon is van uw medecontractant en die zowel een contractuele (ten aanzien van zijn werkgever) als een buitencontractuele fout beging (ten aanzien van u), is in dit voorbeeld nog steeds niet mogelijk. Immers, de weg om de werknemer-koerier rechtstreeks aan te spreken is misschien vrijgemaakt door de afschaffing van de “quasi-immuniteit van de hulppersoon”, maar de werknemer kan wel nog steeds genieten van een andere quasi-immuniteit: artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet blijft hem beschermen tegen aansprakelijkheid voor slechts een lichte, occasionele fout (artikel 6.2 van het Burgerlijk Wetboek).